Sem ontmoet de draak – gedeelte uit ‘Het kind van overal en nergens’ van Jaap Dijkstra

Kinderboekenweek 2017 griezelen Het kind van overal en nergens Jaap Dijkstra Sem ontmoet de draak

BESTEL ‘HET KIND VAN OVERAL EN NERGENS’

Het boek ‘Het kind van overal en nergens – een verhaal over Sem en zijn reis in het land zonder tijd’ is ideaal om in de klas mee te werken in de groepen 5 t/m 8 van de basisschool tijdens de kinderboekenweek 2017 met het thema griezelen. Het gaat hier om ‘betekenisvol griezelen’, want in het spannende verhaal van Jaap Dijkstra komen universele levenslessen en filosofische en spirituele thema’s speels en treffen aan de orde. De hoofdpersoon Sem heeft niet alleen bijzondere ontmoetingen met Krista, het kind van overal en nergens, maar ook met een leeuw, een reus en een draak. Hieronder volgt een gedeelte waarin Sem een reus ontmoet.

Voor Sem doemt een hoge heuvel op, een rare heuvel. Onderaan is hij smal, verder naar boven wordt hij steeds breder. Met zijn voet schuift Sem wat zand opzij. Er komt een geelgroene ondergrond tevoorschijn. Midden over het pad over de heuvel loopt een rij rechtopstaande driehoekjes die je ook wel eens op een tuinhek ziet. Takken van bomen langs het pad zijn eroverheen gegroeid maar op de heuvel zelf groeit niks.

Sem klimt de steile heuvel op, tot hij helemaal bovenop staat. Hij kan nu over de bomen heen kijken. In de verte ziet hij de rivier waar Krista het over had.

Net als hij naar beneden wil rennen begint de grond te trillen. Eerst zachtjes, dan steeds heviger. Sem Kukelt omver, probeert zich aan een van de driehoeken vast te houden, maar die wiebelt heen en weer. Hij glijdt opzij. Wat gebeurt er? Is dit nou een aardbeving? Voor hem, beneden, komt iets uit het zand omhoog. Een afschuwelijke kop die aan een lange nek vast zit. Die nek zit aan de heuvel vast.

Het beest richt zijn kop op uit het zand, doet zijn grote bek open en spuwt grommend een reusachtig vuur uit.
Sem draait zich vliegensvlug, rent als een gek naar beneden en schreeuwt: ‘Help!’

Hij rent voor zijn leven, de heuvel af, de bosrand voorbij, tot hij weer op het pad in het open veld komt. Hijgend komt hij tot stilstand en kijkt achterom.
De draak heeft zich opgericht. De takken die over hem heen gegroeid waren vliegen opzij. Hij draait zijn kop om in de richting van Sem, doet zijn bek weer open en spuugt vuur in Sems richting. Het wordt ineens bloedheet, maar het vuur bereikt hem niet, nog niet. Sem zet het weer op een lopen.
Hij rent, en rent, maar bedenkt zich met een schok dat hij niet door kan lopen. De brug , die is immers kapot! Maar hij blijft lopen.

Dan valt zijn oog op de wapens langs de kant van het pad. Er zit niks anders op. Sem pakt het zwaard dat bij zijn voeten ligt en steekt het omhoog: ‘Kom maar op dan!’

Het pad is te smal voor de draak. Toch draait hij zich om en komt naar Sem toe. De bomen langs het pad breken af alsof het lucifers zijn. De draak steekt zijn kop in de lucht en spuugt nog een keer vuur. Het grommen klinkt nu getergd. De draak wordt steeds kwader.
Wat moet Sem met een zwaard? Het zou een speldenprik zijn in zijn poot die zo dik is als een behoorlijke boomstam. En voordat hij bij de poot is heeft de draak hem al verbrand. Snel gooit hij het zwaard aan de kant en pakt een pijl en boog. Dat is beter.

Sem legt een pijl op de boog, trekt de boog strak, richt op het ene oog van de draak en laat los. De draak doet zijn ene oog dicht en de pijl ketst af alsof het ooglid van de draak van ijzer is.
Week komt er een wolk van vuur op Sem af. Die gooit de boog ook aan de kant en pakt een geweer. Hij wil het op het hart van de draak richten. Maart waar zit dat, in zo’n enorm lijf. Dan maar tussen zijn ogen. Hij haalt de trekken over, een enorme knal ….
De kogel vliegt door de lucht en raakt de draak inderdaad tussen de ogen. Maar ook de kogel ketst af.
De draak opent zijn bek en haalt diep adem …
Dan hoort Sem plotseling de stem van Krista in zijn binnenste. ‘Stop met vechten!’
Sem laat zijn geweer vallen en roept: ‘Stop, ik wil niet meer vechten!’

De draak slikt het vuur dat voor Sem bestemd was onmiddellijk weer in.
‘Heel verstandig jongeman!’ buldert hij. ‘Kijk eens om je heen naar al die wapens. Die zijn van vechtlustige lieden. Die dachten mij te kunnen overwinnen. Maar ik heb ze allemaal verslonden. Jij bent net op tijd gestopt. Daarom zal ik je sparen.

‘D-dank u wel,’ zegt Sem bevend.
‘Waar kom je vandaan en waar ga je naartoe? vraagt de draak.
‘Ik kom uit het Land van Hier en Daar en ben onderweg naar het paleis van de koning in het land van overal en nergens.’
Dan ben je op de goede weg, maar helaas, ik sta in de weg.’
‘Ja.’ Sem komt een beetje bij.
Het blijft een hele poos stil, de draak staat daar maar. Sen is er bij gaan zitten en kijkt zo nu en dan op naar de draak. Hij begint zich te vervelen.
‘Mag ik er door?’ Vraagt hij aan de draak.
‘Geen denken aan, ik sta hier niet voor niks.’
Het blijft een tijdje stil. Dan besluit Sem een praatje te maken.
Draak, hoe komt het dat je zo vechtlustig bent?’
‘Dat ben ik helemaal niet. Iedereen denkt dat ik begin met vechten. Jij bent de eerste die nu een beetje normaal doet.’
Maar jij begint toch zelf met vuur spugen?’
Dan begint de draak wat zachter te praten.
‘Dat is het enige wat ik kan doen als jij ik blij ben,’ zegt de draak nu vriendelijk. ‘Ik spuug meestal gewoon in de lucht. Mijn hele leven lig ik hier in mijn eentje en zo nu en dan komt er eens iemand langs. Er zijn maar heel weinig mensen die het paleis van onze koning willen bezoeken. En als er iemand langs komt spuug ik van blijdschap een beetje vuur. Maar dan rennen ze snel weg en beginnen op mij te schieten. Ze willen me allemaal dood hebben. Nou ja, dat laat ik natuurlijk niet op me zitten, dan verslind ik ze.’

Sem is een beetje achterdochtig, hij gelooft het verhaal van de draak nog niet helemaal. ‘Dus je bent best aardig?’
‘Dat zie je toch. Ik doe helemaal niks. Ik sta hier zelfs rustig met jou te praten. Je bent een aardige jongen. Ik mag je wel.’

‘Maar waarom lig je hier eigenlijk?’
Dan vertelt de draak dart Krista hem ooit heeft gevraagd om hier te gaan liggen. Want er mogen alleen maar aardige mensen naar het paleis. Geen ruziemakers of mensen die vechtlustig zijn. De draak moet ze daarop testen.

Oh, en ik ben goedgekeurd?’ vraagt Sem een beetje verlegen
‘Ja, jij bent goedgekeurd.’
Gelukkig. Mag ik er nu dan langs?’
‘Dat mag, maar wil je me dan eerst een keer over mijn kop aaien? Dat lijkt me heerlijk?

De draak komt al met zijn kop naar beneden. Sem deinst een beetje terug.
De draak legt zijn kop op de grond en doet zijn ogen vast dicht.
Sem komt aarzelend dichterbij, steekt zijn hand uit en legt die op de kop van de draak. Hij voelt hard aan. Voorzichtig beweegt Sem zijn hand een paar keer over de kop.

‘Voel je dit wel? vraagt Sem.
Jaaa … heerlijk,’ zegt de draak heel zachtjes. ‘Ik ben heel gevoelig.
Hij maakt zachte geluidjes en er komen kleine vlammetjes van plezier uit zijn mond.
‘Zo is het wel genoeg, hartelijk dank.’
De draak richt zich weer op en zegt. Loop maar rustig onder mij door en doe de groeten aan de koning.’

‘Zal ik zeker doen.’
Sem loopt onder de buik van de draak door. Een eind verder draait hij zich nog een keer om en zwaait naar de draak. Die spuugt nog een keer een grote hoeveelheid vuur in de lucht….

BESTEL ‘HET KIND VAN OVERAL EN NERGENS’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *