Waarom moeten we applaudiseren voor het pantoffeldiertje?

pantoffeldiertje kleurplaatLeestekst uit het boek Het raadsel van alles wat leeft van Jan Paul Schutten

Laten we met zijn allen even applaudiseren voor het pantoffeldiertje. Voor wíé? Voor het pantoffeldiertje, een beestje dat nog kleiner is dan het puntje op deze i. Maar waar moeten we dan voor klappen? Waarom is dit diertje zo bijzonder? Het wezentje heeft een juichend applaus verdiend gewoon omdat het leeft. Dat is knapper dan je denkt. Ik zal je vertellen waarom.

De Deense professor Hendrik Scharfe heeft zichzelf nagebouwd als robot. Als de professor en zijn robot bij elkaar zijn, moet je twee keer kijken voordat je ziet wie de mens is en wie de machine. Die robot kan op dit moment trouwens nog helemaal niet zoveel. Hij kan een beetje bewegen en vooral heel goed op zijn maker lijken. Maar verder kan hij niets. Niet eens praten. Toch eet ik een hele zak konijnenvoer op als er in de verre toekomst geen robot komt die precies op de mens lijkt, die intelligente antwoorden geeft op je vragen en die zelfs met je kan voetballen. Maar een pantoffeldiertje maken? Dat is duizenden keren moeilijker.

Het kleine pantoffeldiertje kan maar heel weinig. Het zwemt een beetje, met minuscule haartjes, waarmee het schoolslag doet. Het kan smerig slootwater drinken en de bacteriën opeten die daarin zitten. Het kan dat water weer uitplassen – nou ja, plassen, het lijkt meer op zweten. Het kan seks hebben met een ander pantoffeldiertje. Het kan zichzelf delen, zodat er ineens twee pantoffeldiertjes zijn. En verder kan het eh … bijna niets.

Het pantoffeldiertje kan misschien minder dan de robot van professor Scharfe, maar het kan één ding dat een machine nooit zal kunnen: doodgaan. Natuurlijk, een robot kan kapot gaan, maar dat is wat anders. Iets dat kapot is kun je vaak nog repareren. Iets dat dood is kun je niet meer tot leven wekken. Leven is bijzonder, ook al hebben er inmiddels triljoenen wezens op aarde geleefd.

Het pantoffeldiertje leeft en een robot niet, dat is het grootste verschil. Maar er zijn ook overeenkomsten. Eén daarvan is dat ze allebei van dode dingen zijn gemaakt. Alles wat je ziet – en zelfs alles wat je niet ziet – is uit atomen en moleculen opgebouwd. Dat zijn heel kleine bouwsteentjes, waar alles in het heelal van gemaakt is. Van pantoffeldiertjes tot bomen, sterren, planeten, zakken konijnenvoer, oom Henk, komkommers, de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel, wolken, slagroomtaarten en robots.

Ja, zelfs Lady Gaga bestaat uit atomen. En die atomen zijn allemaal hartstikke dood. Net zo dood als een baksteen, een bergje klei of een legosteentje. Hoe kan er uit al die dode atomen dan toch leven ontstaan? Waar komen pantoffel-diertjes vandaan? Waar komen wij mensen vandaan? Is er nog leven mogelijk in het heelal? Dat kun je allemaal lezen in:

BESTEL ‘HET RAADSEL VAN ALLES WAT LEEFT’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *